|
|
|
|
| Genetica |
|
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Tweede deel
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
B. De
genen van verdunning van de pigmentatie. Dit
tweede deel analyseert drie genen of loci die in staat zijn om de zwarte
kleur van eumelanine en/of de rosse kleur van pheomelanine te verdunnen. a)
de locus B (Brown) ·
het
allel B (dominant allel) ·
het
allel b (recessief allel) Dit
allel verklaart waarom de chocolade kleur voorkomt bij het Schipperke.
Zwart is de enige erkende kleur bij Schipperke
sinds zijn eerste rasstandaard werd opgesteld in 1888. Omwille van
didactische redenen is het nodig om over het bestaan van recessieve
allelen te spreken. Deze allelen kunnen na meerdere generaties opnieuw
te Omdat alle Belgische Herders BB zijn, zou dit locus gerekend kunnen worden tot diegenen die geen invloed hebben op de kleuren van de Belgische Herder. b) de
locus verantwoordelijk voor de verdunning van pheomelanine De
gen I (Intense) Sponenberg
en Rothschild beschrijven een gen I van het Engelse woord “Intense”
dat enkel de vaalrosse kleur of pheomelanine verdunt. Dit gen zou
ongetwijfeld bestaan. Nochtans werd het nog niet geïdentificeerd of
gelokaliseerd. Onderzoeken zijn aan de gang om met meer zekerheid het
verschijnsel van verdunning van de pheomelanine te bepalen.
Bij
de Belgische Herder ontmoet men tegenwoordig vrij vaak de zwart-gevlamde
zandkleur bij de langharen. Deze vachtkleur is zeldzamer bij de
kortharen.
Deze
locus bestaat uit twee allelen : In
deze context betekent het woord “blauw” blauwgrijs (Engels: slate
blue). De neus, de voetzolen en de oogleden zijn “blauwzwart”. De
allelen dd verdunnen de iris en geven hem een blauwe tint ofwel
zogenaamde berookte ogen (Engels: smoky eyes). De door dd verdunde
vachtkleuren hebben een zekere aanleg voor haarverlies (alopecia).
De impact van dd op pheomelanine is gekend
om de kleur dof en flets te maken (Engels: flattening or dulling). Witte
vlekken verspreiden zich over het lichaam op centripetale of
middelpuntzoekende wijze vanaf de uiteinden. Bij de Belgische
Herder vertoont de volledige kleurrijke vacht vaak kleine witte vlekken
op de tenen en de borst. Een grote witte vlek op de borst
(‘plastron’) en wit op de voeten dat hoger reikt dan de tenen,
worden als een gebrek beschouwd. In principe domineert “minder wit“
op “meer wit“ maar de dominantie zou onvolledig zijn.
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
D.
Samenvattende tabellen
Voor de heterozygote honden zijn de mogelijke formules talrijker en dit in functie van de volledige of intermediaire overheersing van allelen in elke locus.
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
-
het volledige behoud van de vijf bestaande variëteiten (zwart met lang
haar, zwart-gevlamd vaalros met lang haar, zwart-gevlamd vaalros met kort
haar, vaalros met ruw haar, donker asgrauw met ruw haar). De benamingen
Groenendaeler en Mechelaar worden behouden voor de twee variëteiten die
onder deze naam bekend zijn. -
de kwalificatie van Belgische herdershond zal worden toegekend aan die
honden die strikt beantwoorden aan de standaard, zelfs als zij van een
andere kleur zijn dan deze die voor de vijf gekende variëteiten wordt
toegelaten, indien de kleur zich situeert binnen het spectrum van zwart
naar vaalros, of een mengeling hiervan. Een beetje wit wordt toegelaten.
… Hierbij wordt aan de keurmeesters strikt toe te zien op het
respecteren van het type. Nadat Charles Huge deze raadgevende
vergadering van 1920 had bijgewoond, werd in maart 1920 een artikel
gepubliceerd, waarin hij nauwkeurig de grenzen van de kleuren van de
Belgische herder beschrijft. "Hoewel
ik voorstander ben om aan onze nationale herdershonden alle ruimte te
geven die toebehoort aan het autochtoon ras, ben ik er radicaal tegen om
kleuren toe te laten die men vroeger nooit in het land ontmoette. Wij
hebben nooit een chocoladebruine herdershond gezien, ook geen blauwgrijze
of zwarte met felle rosse kleuren zoals bij de Dobberman en de Beauceron.
Vaalros en zwart, met sporen van wit op de borstkas en soms aan de
uiteinden van de ledematen zijn, wat mij betreft, de grenzen van het ras.
Vaalros is echter zeer variabel en kent een uitgebreid gamma. Het is
vooral op dat vlak dat we niet exclusief mogen zijn en het ganse gamma
toelaten. Dit varieert van fel rosse kleuren, soms sterk gevlamd zoals bij
de vos, tot isabelkleurig. Beide komen vandaag vaak voor in dezelfde
nest.” "...
Maar om in de stijl van het land te blijven, moeten wij ons beperken tot
het zwart-vaalros van alle nuances, hun mengeling (gestroomd) met
aanwezigheid van het wit. " De
variëteiten werden als volgt ingedeeld :
Vanaf 1 januari 1934 wordt de verdeling van CAC (de mooiste hond en de mooiste teef) tussen de
verschillende variëteiten van de Belgische herdershonden tot vier
teruggebracht zoals volgt: a) aan de korthaar, zonder onderscheid van kleuren (alle kleuren samen); b)
aan de ruwhaar, zonder onderscheid van kleuren
(alle kleuren samen); c)
aan de zwarte langhaar Groenendaeler; d)
aan de langhaar zonder onderscheid van kleuren
(zwart uitgezonderd) (alle kleuren samen). In de reglementering van de tentoonstellingen blijft
de verdeling in acht variëteiten gehandhaafd. (“Chasse et Pêche” van 14 januari 1934) Laten
we het even hebben over de "donker asgrauwe" ruwhaar die door
bepaalde auteurs als “peper en zout“ werd omschreven. Deze variëteit,
die sinds 1898 werd erkend en nooit het onderwerp van een uitsluiting was,
heeft zichzelf uitgeschakeld. Wat waren de oorzaken? In het begin waren er
slechts enkele ruwharigen met een donker asgrauwe kleur. Het was een vrij
zware hond en hij vertoonde een gebrek aan temperament en vitaliteit. De
nesten telden vaak maar twee tot drie puppies. In een artikel daterend van
1969, verklaarde F.-E Verbanck het volgende: Er
zou een allel bestaan, door de genetici "lethal yellow" genoemd,
die in staat van homozygoot de dood zou veroorzaken. In staat van
heterozygoot, vertoont dit allel lichamelijke gevolgen zoals
zwaarlijvigheid en een vermindering van vruchtbaarheid. Vanaf
1 januari 1974 begint een nieuw tijdperk voor de Belgische Herder. De
minderheden, met uitzondering van de vaalros ruwhaar, worden uitgeschakeld.
Er is besloten om het aantal variëteiten terug te brengen tot vier: a.
de Groenendaeler, zwart langhaar Alle andere variëteiten
worden niet meer erkend. Uitzondering hierop is de “grijze” langhaar
die voorlopig nog afzonderlijk in de tentoonstelling zal worden toegelaten,
maar er wordt slechts één C.A.C. voor de Tervuerense en de "grijze"
langharen samen toegekend. (Brieven van 7 juni 1973 van de K.M.S.H. en van
21 juni 1973 van de F.C.I.) Wat
bedoelt men met de tint "isabel", "zilvergrijs" of
"grijs"? Dit is de terminologie die wordt gebruikt bij vachten
met een zeer lichte vaalrosse kleur. Het wordt veroorzaakt door een “verdunningsgen”.
De hedendaagse gebruikte genetische term is "zwart-gevlamd zandkleur".
De term “zwart-gevlamd grijs" die in de standaard wordt gebruikt,
is, naar mijn mening, een pleonasme want de grijze kleur van de Belgische
herder impliceert al de aanwezigheid van charbonné. Zwart-gevlamd
zandkleur (“grijs” genoemd) (in het frans : sable-charbonné (dit
“gris”)) zou een betere formulering zijn. De afwezigheid van charbonné
bij een Belgische herder, is een belangrijk gebrek. Er
is slechts één evenwichtig compromis mogelijk indien men rekening wil
houden met de genetische veranderlijkheid en tezelfdertijd de genetische
en historische aspecten wil eerbiedigen. Dit voorstel om elk van de drie
vachtkleuren toe te laten bij elke vachtsoort, verdeeld over vijf variëteiten
werd door de Kynologische Raad goedgekeurd op 16 juni 1963. Het was ten
tijde van Félix Verbanck (1885-1973) ... Vertaling
: Pascale Vanbutsele
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Referenties - Dr. Y. Surget - Génétique des couleurs chez le Berger belge (1981) - Génétique appliquée à l’espèce canine – Société Francophone de Cynotechnie (1985) - Génétique de la robe par Mme B. Quéinnec - Prof. B. Denis – Les couleurs de robes chez le chien (S.C.C.) (1989) - Prof. B. Denis – Génétique et Sélection chez le Chien (1997) - Association of an Agouti allele with fawn or sable coat color in domestic dogs. (Mammalian Genome, april 2005) - Kleurovererving bij de Belgische Herder door Valérie Vandenberge – Universiteit Gent (2005) Op internet : |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||