History

 De Belgische Mastiff




 
Een stukje geschiedenis 


Hij is helaas niet meer vaak te zien in onze tentoonstellingsringen of niet eens in het gewone leven, nochtans verdient de trekhond veel lof. Met zijn indrukwekkende grootte, zijn spel van krachtige spieren die onder het korte haar te zien zijn, zijn goedige fikse kop waaruit een zacht karakter spreekt, was het een bewonderens- waardige hond.

  


Prince

 

Het eerste concours

We schrijven zondag 30 juni 1895. Op die dag vond, in Merchtem, de eerste wedstrijd plaats voor honden- spannen, in het kader van de grote pluimveetentoonstelling. Het hondenconcours was bedoeld om de arbeidsomstandigheden van de trekhond te verbeteren. De juryleden, professor Ad. Reul (1849-1907) van de Veeartsenijschool van  Kuregem-Brussel, en Louis Van der Snickt (1837-1911), vroegere directeur van de dierentuinen van Gent en van Dusseldorf en hoofdredacteur van het tijdschrift voor fokkers “Chasse et Pêche”, kregen het verzoek om een klein rapport op te stellen over de huidige staat van de hondenspannen. Dit rapport, met een tabel van de afmetingen, werd op 14 juli 1895 in voornoemd tijdschrift gepubliceerd.

 

Professor Ad. Reul bepaalt de standaard

Vanaf die datum wordt een campagne opgezet om het lot van de trekhond in België te verbeteren. Dit idee vindt langzaam maar zeker ingang. In 1899 schrijft Ad. Reul, docent zoötechnie, een reeks artikels in “Chasse et Pêche” waarin hij de typische bouw van de ideale trekhond analyseert. “De basishond, schrijft hij, moet opgebouwd worden op het model van het snelle koudbloed trekpaard, een variëteit van het koudbloed trekpaard waarvan hij een kleinere versie is, die aan minder zware vereisten is aangepast. Een goede trekhond moet een bouw hebben die in verhouding staat tot het werk dat hij moet doen”. Dit onbetwistbare principe leidde de professor bij de opstelling van de standaard. Het was ook professor Ad. Reul die, in 1892, de eerste standaard bepaalde voor onze Belgische herdershond.

De Belgische Mastiff is een zeer krachtige hond met een atletische bouw en een indrukwekkend spierstelsel. Hij heeft een schofthoogte van 67 tot 80 cm. Hij is kortharig en zijn haren voelen vrij ruw aan. Zijn voorhoofd is breed en hij heeft een goed ontwikkelde schedel. De oren zijn vrij groot en hangen zijdelings af. Om sneller vooruit te komen, is zijn kruis iets hoger dan de ruglijn.


Het temperament van de trekhond

In de standaard wordt het temperament beschreven als “nerveus-sanguinisch, niet te driftig”. Albert Houtart, Secretaris-generaal en keurmeester van de Nationale Federatie, beschrijft in zijn rapport dat hij voorlegde op het Eerste Internationale Congres voor Teelt en Voeding (Brussel, 22-25 september 1910), de hond als volgt : “De mastiff moet op de eerste plaats een indrukwekkende hond zijn, met een ietwat streng uitzicht, maar niet kwaadaardig. Hij heeft een zacht, maar ernstig karakter : hij is een onverbiddelijke waakhond, maar blijft kalm, waardig zou ik zeggen. Zijn gang mag niet zwaar zijn, hij moet trouwens een lichte loop hebben, waarin zijn nerveuze temperament voldoende tot uiting komt om de inspanningen die hij zal moeten leveren, aan te kunnen”.

 



De oprichting van de club

Op initiatief van graaf de T’Serclaes de Wommersom, advocaat en provincieraadslid van Brabant, en van zijn zoon, die beiden het kasteel van Lubbeek, niet ver van Leuven, bewonen, vond op woensdag 24 januari 1900 in Brussel de vergadering plaats voor de oprichting van de “Club voor de verbetering en de bescherming van de trekhond in België”. Tijdens de algemene vergadering van de Club op 23 maart 1900, worden professor Ad. Reul en Henry Sodenkamp, hondenkeurmeester, benoemd tot juryleden voor 1900.

In de volgende jaren groeide de Club gestaag. Voor de trekhond gingen de deuren open van alle hondententoonstellingen en van de landbouwbeurzen. Er vonden alsmaar meer wedstrijden plaats, die steeds meer aandacht kregen. Provinciale afdelingen werden opgericht. Tijdens de algemene vergadering van 2 maart 1902, wordt de naam van de club veranderd in “Nationale Maatschappij voor de Verbetering van de Belgische trekhond”. De maatschappij heeft werk te over en wordt al snel omgevormd tot een “Nationale Federatie van de Syndicaten voor de fokkerij van de Belgische trekhond”, waarbij elk syndicaat autonoom blijft werken. De Federatie handhaaft de eenheid van het type en van de reglementen en verdeelt, naargelang van ieders activiteit, de subsidies van de regering.

Er wordt ook een stud-book samengesteld, waarin de honden worden genoteerd die tijdens de wedstrijden werden onderzocht, evenals de nesten van de ingeschreven honden. Vanaf 1909 worden kampioenstitels verleend aan de beste honden. In 1911 had de Federatie 1500 leden,  organiseerde meer dan 20 nationale of provinciale wedstrijden en telde zowat 350 in het stamboek ingeschreven honden.

Fokkers

Bepaalde fokkers drukten een stempel op hun tijd met de kwaliteit en het aantal honden die op hun fokkerij werden geboren. Dat geldt voor de kennel “de Bruggenhof” van graaf Evrard de t’Serclaes, met onder meer de beroemde foklijn van de “Dragon” die ophef maakte. Albert Houtart fokte ook de Belgische mastiff onder de kennelnaam “de Cortenberg”. De lijst zou werkelijk te lang zijn om ze allemaal te noemen.


Als trekkers en mitrailleurs in het Belgisch leger

 

Na zeer zorgvuldige selecties werd de Belgische mastiff uitgekozen om de  mitrailleurwagentjes te trekken. Er werd een kennel ingericht in de Prins Boudewijn-kazerne, waar het eerste Karabiniersregiment gelegerd was. De Belgische mastiff nam deel aan de gevechten tijdens de Grote Wereldoorlog 1914-1918. Journalist en schrijver Geoffroy de Beaufort publiceerde in 1992 een werk onder de titel “Chiens à la Guerre”, of honden ten oorlog. Dit boek vertelt uitgebreid de hele campagne van de karabiniers en hun honden. Weinigen keerden huiswaarts.


De achteruitgang

In de bezette gebieden dunden ontbering, het gebrek aan geschikte voeding de rangen van de Belgische mastiff aardig uit. Maar na de grote omwenteling bracht vooral de mechanisering ze de genadeslag toe. Het stel van vier mastiffs wordt vervangen door de bestelwagen met motor. Er blijven nog exemplaren bestaan tot in de jaren 60 en 70, maar ze worden steeds zeldzamer. Tussen de twee oorlogen en zelfs na de tweede wereldoorlog waren er nog één of twee exemplaren te zien op tentoonstellingen. Momenteel denkt iedereen dat ze verdwenen zijn.


Een mogelijke heropbloei


Baconlichaam.jpg (68648 bytes)
Baconhoofd.jpg (26504 bytes)
Bacon

Een grote liefhebber van het ras, A. Bertels uit Duffel, heeft “Bacon”, een soort die afstamt van de “Belgische Mastiff”, voorgesteld op de jaarlijkse grote hondenshow in Kortrijk (15-16 november 2003) en in Brussel (13-14 december 2003). Er was zelfs een demonstratie met span op het programma staan. (zie ook  www.puppy-kennel.be )

 

 

 

Sitemap
Before you exit