|
|
|
|
|
Wie was Felix Verbanck ? |
|
|
Het artikel hierna is een treffende samenvatting van de persoonlijkheid van F.-E. Verbanck en van zijn toewijding aan de Belgische hondensport. Het uittreksel is afkomstig uit het boek «Le Bouvier des Flandres – hier et aujourd’hui » (De Vlaamse bouvier – gisteren en vandaag) van Justin Chastel. J.-M.
Vanbutsele |
|
Felix
Verbanck: een onvergetelijk figuur die dit voor mij altijd zal blijven.
Er ging geen week voorbij zonder dat ik van hem een brief kreeg of dat
ik met hem van gedachten kon wisselen. Sedert jaren vereerde hij mij met
zijn vriendschap en wij ontmoetten elkaar veelvuldig tijdens
tentoonstellingen en vergaderingen. Zijn sterven was voor mij een groot
verlies, maar zijn herinnering blijft levendig. Het
beeld dat ik van hem in mijn geheugen bewaar, verschijnt thans met
zoveel nauwkeurigheid, met zoveel reliëf, dat het mij zijn
aanwezigheid terugschenkt en ik voel dat deze mij nooit meer za1
verlaten. Ik zie Felix Verbanck terug zoals hij was in de mooiste dagen
van zijn leven, met zijn zwaar silhouet en zijn olijke, alles
doordringende blik. Hij had een kynologische kennis als een
encyclopedie en jarenlang heb ik hem om raad gevraagd. Het
was een zeer hoffelijk mens, met een fijne geest; maar die, als het
moest, ook zijn tanden kon tonen. Men was er altijd zeker van in hem de
meest aandachtige toehoorder te hebben. Zijn steeds op de uitkijk zijnde
aandacht stond hem toe om van dichtbij alle gebeurtenissen in de
hondensport te volgen. Ik
ging hem dikwijls bezoeken in zijn kleine huis, waar hij heel graag zijn
vrienden ontving. Ik heb jaren in zijn schaduw geleefd. trots als ik was
zijn leerling te zijn. En ik moet hierbij zeggen welke geestelijke
uitwerking hij op mij had, een uitwerking die gedurende de rest van mijn
leven blijft bestaan. Hij heeft mij geleerd na te denken en mijn geest
te leiden. Ik
heb in bepaalde omstandigheden, bij het maken van een keus of het nemen
van een beslissing. dikwijls aan Felix Verbanck gedacht. en ik geloof
zelfs dat de invloed die hij op mij had, via mij
is overgebracht op mijn jonge vrienden. Om
hem beter te leren kennen, kan ik niet beter doen dan hier weer te geven
wat één van zijn vrienden, baron J. Coppens d'Eeckenbrugge, bij zijn
dood neerschreef: « Zijn
kennel 'de l'Ecaillon', die in 1930 werd gesticht toen hij nog in Thion
in Frankrijk verbleef, heeft een grote vermaardheid verworven en het
is heden nog dat men met trots over deze fameuze lijn van Mechelse
Herdershonden spreekt. Ofschoon
dit ras zijn voorkeur genoot, spreidde de bevoegdheid van de heer
Verbanck zich eveneens uit over twee andere Belgische rassen: de Bouvier
des Flandres en de Schipperkes. Hij was secretaris van de Belgische
Vereniging van de Vlaanderse Veedrijver, waarvan zijn broer in 1947
voorzitter werd. Wij mogen beweren dat de huidige kwaliteit van de
Bouviers het resultaat is van de selectie en de raadgevingen die hij gaf
aan een groepje fokkers die hem als raadgever hadden gekozen. De
Amerikanen, die hij had aanbevolen om Bouviers in te voeren, stelden hem
zodanig op prijs, dat ze in 1968 een grote zilveren wisselbeker ter
beschikking stelden, die jaarlijks op de tentoonstelling van de
Koninklijke Maatschappij Sint-Hubertus zou worden betwist. Voor
wat de Schipperkes betreft, was het ook hij die zijn broer Florimond,
eigenaar van de kennel 'de Royghem', met raad bijstond. Felix Verbanck
was een rechtvaardig man, een rechtschapen keurmeester, altijd
bereikbaar voor de vole jongeren die naar hem toe kwamen, en aan wie hij
heel graag zijn kennis en ervaring in de genetica meedeelde, want hij
hield er van om dienstbaar te zijn. Hij
was vanaf 19261id van de Koninklijke Maatschappij Sint-Hubertus, werd in
1948 beheerder, en in 1969 werd hij onder algemene toejuichingen tot
erelid benoemd: dit als erkentelijkheid voor de vole diensten die hij
aan de cynofilie had bewezen. In
1947 was hij voorzitter van de Gentse Speurhonden Club: dit op een
tijdstip waarin deze discipline de voorkeur van vele liefhebbers genoot.
Hij was de voorbeeldige secretaris van de Royal Groenendael Club en van
de Belgische Vereniging van de Vlaanderse Veedrijver, en onder zijn
stuwkracht boekten de leden heel wat vorderingen. Zijn
waarden als organisator werden op prijs gesteld en in 1950 werd hij
ondervoorzitter van de Vergadering der Afgevaardigden en hij zetelde
eveneens in de Kynologische Raad. Tweemaal werd hij door zijn
collega's geroepen om het voorzitterschap van de benoemingscommissie
voor keurmeesters waar te nemen. Hij, die zo goed de honden kende, wilde
zich. alhoewel hij voorzitter was, vrijwillig onderwerpen aan het
reglement, en zijn examen voor keurmeester van Schipperkes afleggen voor
examinatoren die veel jonger waren dan hijzelf. In 1964, ter gelegenheid
van de tentoonstelling van Charleroi, belegde een groep vrienden een
klein feest te zijner ere en zij overlaadden hem met geschenken; bij die
gelegenheid ontving hij van de minister van Landbouw het ereteken met de
Gouden Palmen van de Leopoldsorde. Na
enige maanden teruggetrokken geleefd te hebben in zijn eenzame woning in
de omgeving van Gent, is hij stilletjes heengegaan in de ouderdom van 87
jaar. nadat hij in de schoot van de Belgische cynofilie een plaats had
ingenomen die we lang als leeg zullen ervaren. » |
|
|
|
|