|
|
|
|
| Het hoofd van het Schipperke | ||
|
|
|
Dr.
R. POLLET |
|||||
|
|
|||||
|
Het antwoord is eenvoudig: het hoofd van het Schipperke lijkt niet op
dat van een vos! Waarom niet? Omdat een vossenhoofd de volgende
opmerkelijke verschillen vertoont: de wangspieren (masseter) zijn meer
ontwikkeld en de vossensnuit is spits, puntig uitlopend en betrekkelijk
lang. Dat de snuit van een vos relatief langer is dan bij het Schipperke
betekent dat de verhouding snuit/hoofdlengte anders is. Bij een
Schipperke bedraagt deze verhouding namelijk 0,40, wat wil zeggen
dat de snuitlengte 40 percent uitmaakt van de totale hoofdlengte
(schedel + schedelgedeelte of voorhoofd). Zie hierover het artikel
‘Weight, height and measurements of the Schipperke’ en ook de tekst
van de nieuwe Standaard (‘Belangrijke Verhoudingen’), waarin we
lezen ‘de snuit is duidelijk minder lang dan de helft van de
hoofdlengte’.
Waarom werd het hoofd dan vroeger beschreven als vosachtig (vulpoïde)?
Vroeger is natuurlijk voorbij, met andere woorden de inzichten
verbeteren en de rasstandaarden waren in het verleden allerminst
taalkundige meesterwerkjes. Een mogelijk antwoord nochtans is dat het
Schipperke een kleine hond is en men misschien de vos aanzag als een
kleine wolf, zodat men dacht Schipperkes met vossen te kunnen
vergelijken. Voor wat betreft de lichaamsvorm zouden Schipperkes echter
het best niet met vossen vergeleken worden. Wolven en vossen behoren ook
tot een andere ‘soort’, maar maken beide wel deel uit van de grote
familie van de canidae of hondachtigen. Het kan natuurlijk vroeger ook
een rol gespeeld hebben dat de geleerde term ‘vulpoïde’ veel indruk
maakte, waardoor de kennis over de vorm van het hoofd voorbehouden kon
worden aan zogenaamde ‘ingewijden’.
Men heeft ook nog geargumenteerd dat de term ‘vulpoïde’ eigenlijk
betrekking had op de expressie of de uitdrukking van het hoofd. Nochtans
is hier de vergelijking met het vossenhoofd nog minder wenselijk. De
expressie van vossen is immers onrustig, wantrouwend en schuw. Het
Schipperke daarentegen is een zeer nieuwsgierig hondje zonder vaar noch
vrees en een onvermoeibare snuffelaar die alles onderzoekt.
Er rest nu toch nog een andere vraag, namelijk ‘is het hoofd van een
Schipperke echt wolfachtig (lupoïde)? Natuurlijk werd in de Standaard
de term ‘wolfachtig’ gebruikt om te benadrukken dat het hoofd niet
vosachtig is. Wat dan een mogelijke wolfachtige vorm van het hoofd van
het Schipperke betreft moeten we er op wijzen dat bij wolven de vorm van
het hoofd tamelijk varieert, maar we weten wel dat bij honden
(althans bij honden van het lupoïde type) de schedel relatief smaller,
dus kleiner is dan bij wolven. Met de term lupoïde wordt echter ook nog
bedoeld dat het Schipperke behoort tot het morfologische (wat betreft
vorm en bouw) type van de wolfachtigen, en niet tot een ander type. De
mogelijke andere types zijn met name het braccoïde (brakachtig), het
molossoïde (molosserachtig) en het graioïde (windhondachtig) type.
Lupoïden (wolfachtigen) hebben volgens de classificatie van Pierre Mégnin
de volgende kenmerken: hoofd in de vorm van een horizontale pyramide,
oren rechtopstaand, snuit gestrekt en versmallend, lippen droog en goed
aansluitend. Lupoïden zijn meestal middellijnig (met normale
lichaamsverhoudingen) en zelden hypermetrisch (met meer dan gemiddeld
formaat, wat betekent groter en zwaarder dan gemiddeld). Het Schipperke
vertoont dus zeker lupoïde kenmerken en behoort tot het lupoïde type,
ook wat het hoofd betreft, maar niet wat zijn grootte betreft. In ieder
geval lijkt het hoofd van een Schipperke meer op een wolven- dan
op een vossenhoofd! Literatuur:
|
|||||
|