|
|
Geschiedenis |
|
| Een beetje geschiedenis | ||
|
1921 - 1925 |
|
De doorbraak van de Mechelaars in alle wedstrijden |
|||||
|
|
|||||
|
De
Antwerpse Feesten van 1920 In het kader van de Antwerpse Olympiades die plaats hadden in 1920, werden een speurwedstrijd, een tentoonstelling en een ringwedstrijd georganiseerd door de hondenafdeling van de Antwerpse Feesten. Albert I, Koning van België, bracht een bezoek aan de tentoonstelling en was erg geïnteresseerd in de Belgische herders en Bouviers. De Koning onderhield zich o.a. met Vital Tenret, voorzitter van de “Groenendael Club” en met Luitenant G. Dupuis, die vergezeld was van zijn Mechelaar VIC.
De
speurwedstrijd was de eerste activiteit die plaats had op zondag 11
april 1920. Er waren zes honden ingeschreven, maar twee Waalse
mededingers hadden de trein gemist. Waar is de tijd", schreef
Louis Huyghebaert in zijn verslag verschenen in «Chasse et Pêche»
van 18 april 1920, "dat speurwedstrijden georganiseerd door de
“Société Nationale pour l'Amélioration du Chien de berger
belge” (S.N.A.C.B.B.) meer dan 20 inschrijvingen verzamelden ? Het
is de oorlog die ons bijna alle goeie honden heeft ontnomen en men
heeft spijtig genoeg meer dan één seizoen nodig om de dressuur van
een goede speurhond te voltooien. De vier honden moesten 2 proeven afleggen. De eerste was een spoor van 5 minuten. De tweede proef was een spoor van 10 minuten dat tweemaal werd onderbroken door een vals spoor. De
eerste prijs werd toegekend aan Margota die in de eerste proef het
object bracht na 12' 35" en bij de tweede proef na 16' 29".
Pil behaalde de tweede plaats. Hij had een totaal ander karakter dan
Margota, hij was erg levendig. Hij had slechts 2' 35" nodig
voor het eerste voorwerp, maar mislukte volledig in de tweede proef.
Yvonne behaalde de derde prijs. Zij was een hond met
doorzettingsvermogen, maar miste fysische schoonheid. Zezette
kon niet echt gebruik maken van al haar mogelijkheden aangezien ze
halverwege haar dracht was. Ze kreeg wel de prijs geschonken
door de Koninklijke Maatschappij Sint-Hubertus (K.M.S.H.) voor de
mooist geklasseerde hond. Nadat
Margota een traject in waaiervorm had doorlopen, had de jury onder
voorzitterschap van Louis Huyghebaert, niet het genoegen haar het
C.A.C. toe te kennen (dit was het eerste kampioenscertificaat voor
speurwedstrijden toegekend door de K.M.S.H.).
Ze waren van mening dat het geleverde werk niet aan de gewenste
perfectie voldeed. Nochtans
had de teef een
natuurlijke aanleg getoond aangezien ze slechts een zeer korte
opleiding in het speurwerk had genoten als een beroemde kampioene van
de ring bij de “Belgische Kennel Club” (B.K.C.). Margota (RSH 10842), geboren op 30 maart 1914, was niemand minder dan de bekende “Margot du Rupel” (Léandre (LOSH 8298) X Belle du Rupel). Het is onder de naam van Margot du Rupel dat ze deelnam aan de ringwedstrijden. De
hondententoonstelling op 2 en 3 mei 1920 verzamelde meer dan 400
honden. De herdershonden kenden hun gebruikelijke succes.
Twee Mechelaars werden in de kijker gezet : “Loupo” (LOSH
9481, geboren op 24 april 1918) aan E. Ernotte van Verviers, die het
haalde van “Vic” (LOSH 9490, geboren op 10 december 1913) aan M.
Dupuis van Bracquegnies. Bij de teven verslaat “Myrrha” aan
M. de Laveleye, haar moeder “Venus” (LOSH 10070, geboren op 16
maart 1914) aan Edmond Lefèvre van Carnières. Nog
steeds ter gelegenheid van de Antwerpse Feesten in 1920 organiseerde
de hondenafdeling (met de hulp van de clubs “Le Chien Dressé”,
aangesloten bij de K.M.S.H. en de “L'Interclub Anversois”,
aangesloten bij de B.K.C.) een ringwedstrijd voor Belgische rassen.
De inschrijvingen zijn niet meer individueel, maar volgens de
nieuwe formule, per groep die een club vertegenwoordigt.
De honden hebben zich onderling gemeten bij de eliminatieronden
op 25 april en 24 mei. De
16 beste honden zijn gekwalificeerd voor de finale van 13 juni waaraan
slechts 13 honden deelnamen. Dit
zijn enkele woorden aangehaald in het verslag van de keurmeester M. A.
Bloemen : De
eerste prijs werd behaald door “Jan”, Belgische herdershond met
lang gestroomd haar (LOSH 10177, geboren op 24 april 1911) aan F.
Spruytels van Sint-Joost-ten-Noode (Brussel), maar hier
vertegenwoordigd door M. Leenaerts. Als vertegenwoordiger van de
“Berger Belge Club” behaalde hij 258,30 punten. Hij werd
bewonderd door de toeschouwers. Het is een ernstige hond, die ondanks
zijn negen jaar, lenig en ijverig is gebleven. "Jan
is de goede hond gebleven die we voor de oorlog kenden, schreef
keurmeester A. Peffer, zijn sprongen zijn goed, zijn allure uitstekend
en zijn aanvallen zijn van ongeëvenaard geweld." Jan
kreeg eveneens de ereprijzen van de K.M.S.H. toegewezen, nl. 50 fr.
voor de winnaar en 25 fr. voor de mooiste hond. De
tweede plaats was voor “Rita de la Campine” (LOB 10827), een jonge
Mechelse teef, geboren op 2 februari 1917 aan M. Bogemans van
Antwerpen, en vertegenwoordiger van de “Antwerp Kynos Club”. Deze
teef verloor de eerste plaats door zware tactische fouten van haar
meester. Ze was de beste bewaker van een voorwerp en behaalde het
maximum bij de gelanceerde aanval. Tijdens
de algemene vergadering van 22 januari 1921 van de S.N.A.C.B.B. merkt
de secretaris op dat de “Koninklijke Maatschappij Sint-Hubertus“
besloten heeft om de speur- en veldwedstrijden voortaan te stimuleren
door een certificaat van kampioenschap (C.A.C.) ter beschikking te
stellen. Men moet weten dat men tot 1926 zal moeten wachten vooraleer
de K.M.S.H. voor de eerste keer de ringwedstrijd de “Grote Prijs van
België“ zal organiseren. De
fokkerij van de Mechelaar is welvarend en de honden hebben meer kracht
en gestalte. Groenendaels, daarentegen, stagneren en de talrijke
uitvoer veroorzaakt veel kwaad. Tijdens de algemene vergadering van 20
maart 1921 van de “Groenendael Club” betreurt President V. Tenret
dat het streven naar winst de amateurs onze betere honden doen
verkopen in het buitenland, vooral in Frankrijk, waar sinds een jaar,
afkomstig van Henegouwen alléén, meer dan 500 Groenendaels
werden verkocht. Snap, Rita de la Campine, Margot du Rupel en Duc du Rupel De
veldwedstrijden, begin 1923, van de “Luikse Kynos Club“ werden
door de Mechelse teef „Chipie“ voor de Mechelaar „Snap“
en zijn zoon „Killer“ gewonnen. De prijs van de beste springer
komt aan de Mechelaar „Wuc“ toe (L.O.S.H. 17933) die zich 7de
plaatst. Alias „Duc du Rupel“ (L.O.B. 10456), is hij een zoon van
„Margot du Rupel“. Hij behoorde toe aan A. Van Kanel. Duc
du Rupel zal de tweede plaats veroveren achter Rita van Campine op de
Internationale wedstrijd voor politiehonden van de “Société de
Dressage de Paris” op 5 en 6 mei 1923. Een maand later, op 2 en 3
juni eveneens in Parijs, is het nog Rita de la Campine die de
wedstrijd won. De Mechelaar “Cap de Zellick“ is derde voor
Duc du Rupel die de eerste prijs van de sprongen won. Op de wedstrijd
van Nice die door de “ Société Canine de la Côte d'Azur“ werd
georganiseerd, stelt Rita de la Campine zich opnieuw als de winnaar
voor. De Groenendael “Ajax“ van L. Kermans van Antwerpen nam de
vierde plaats in. Als
enige vertegenwoordiger voor België, won Rita van Campine reeds de
grote internationale wedstrijd die op 5 november 1922 in Treviso in
Italië werd georganiseerd. Zij domineerde verschillende beroemde
kampioenen Duitse herders merendeels uit Duitsland gekomen. De
keurmeesters waren Duitsers en één Italiaan. Wel moet men zeggen dat
het Belgische programma als reglement voor deze wedstrijd was
gekozen. De
grote wedstrijd van Milaan van zondag 29 april 1923 werd door Duc du
Rupel voor de Briard “John“ aan de Graaf Pirelli van Milaan
gewonnen. Rita van Campine nam de derde plaats in voor de jonge
Mechelaar “Sam van Thiriau“ aan Octave Durand van Antwerpen. De
Werkkampioenen K.M.S.H. tussen 1920 en 1925 De eerste die de titel van Kampioen kreeg, was de “Ardense Bouvier” “Vision“ (L.O.S.H. 17078) die tot de Luitenant G. Binon behoorde. Dit was in 1923 voor speurwedstrijden. In 1924 werd slechts één titel toegekend, namelijk aan de Mechelaar “Killer“, zoon van Snap, voor veldwedstrijden. In 1925 waren twee Mechelaars aan de beurt : de teef “Réséda“ (L.O.S.H. 10065) voor speurwedstrijden en „Snap“ zowel voor speur- als voor veldwedstrijden. Snap
(L.O.S.H. 10050) is op 10 augustus 1917 geboren bij A. Hanappe
(kennelnaam : “de Jolimont”) onder de naam van „Fram de
Jolimont“. Tijdens of juist na de Feesten van Antwerpen verliet Fram
de kennel “ des Bas-Jardins” van L. Dupuis te Bracquegnies voor
die van „du Lion d’Or“ aan H. Hanssen van Antwerpen.
Laatstgenoemde heeft Snap afdericht tot één van onze betere honden
voor speur- en veldwerk. Zijn opleiding is niet gemakkelijk geweest,
want hij was in het begin zeer boosaardig en overmatig bijtend. Hij
won heel veel wedstrijden. Het was een zeer stevig model, sterker dan
die van vele Mechelaars van toen. Zijn gestalte bereikte 62 cm,
hetgeen van hem een indrukwekkende reu maakte. Verschillende
afstammelingen van Snap waren zelf ook kampioenen. Persoonlijk
beschouw ik hem als „the best Malinois ever“ (1). Hervatting
van de “Kampioenschappen van België“ van de Belgische
Kennel Club Het
eerste kampioenschap vond plaats in 1913. De beroemde Groenendael
“Jules du Moulin“ (1) won deze wedstrijd evenals de tweede
uitgave van 1914. Sinds het eind van de oorlog hervat de “ Belgische
Kennel Club“ zijn activiteiten en organiseert in Brussel op 13 en 14
september 1924 zijn Internationale Wedstrijd voor waak- en
verdedigingshonden. Drie teven namen de drie eerste plaatsen. Het zijn
in volgorde: “„Ledy du Plateau“ (Mechelaar), aan Sylvain
Vandenbossche, “Fidèle de Gallifort“ (Mechelaar) en
“Diane du Fonds des Eaux“ (zwart kortharige) voor de
Tervueren “Jacky du Jeu de Balle“ en de Groenendael
“Cyclone de la Hestre“ en „Turc de la Houssière“. Het Kampioenschap van België van 1925 vond plaats op 30 en 31 augustus in Merxem. De winnaar was „Sam de Scheutveld“, Mechelaar aan E. Detandt, voor „Cap de Zellick“ aan G. Van Kerck. Diane du Fonds des Eaux, Fidèle de Gallifort en Mady de la Sellerie, drie teven, plaatsen zich respectievelijk derde, vierde en vijfde. Zou het gebruik destijds van de Mechelse teven en nu nog niet één van de redenen zijn van het succes van de Mechelaars in al de sportwedstrijden ? De
talrijke topprestaties van de Tervueren “Albert” van de
Amsterdamse politie moeten eveneens vermeld worden. Hij overleed in
maart 1923 en werd vereeuwigd door een monument. Een standbeeld van
ongeveer 1,50 m hoog werd in het Oosterpark in Amsterdam
opgericht. (1)
zie artikel gewijd aan deze hond op “www.belgiandogs.org”. Brakel, augustus 2005. |
|||||
|