De Ardense Bouvier



Een zeldzame verschijning. 
Een middelgrote, geblokte ruigaard, zonder enige aanspraak op elegantie.
 
Hij is kort en gedrongen, met een zwaar beendergestel en een krachtig hoofd.
Zijn ruw en warrelig haar, zijn snor en zijn baardje, verlenen hem een nors voorkomen
.


In de Belgische Ardennen werd de Ardense Bouvier ook “bergeot” genoemd. Eerder dan aan zijn uiterlijk dankt hij zijn naam aan de praktijk van het hoeden en drijven, meestal van melkkoeien en schapen. Het ruwe klimaat, het lastige en specifieke ‘labeur’, het heuvelachtig reliëf en de armoede van de streek hebben het type geboetseerd.

Het is op 27 april 1903, op de tentoonstelling van Luik, dat Professor Ad.  Reul “Tom” de eerste hond die beantwoordt aan het ideale koehondtype ontdekt.

In 1913 wordt de club “Sociéte liégeoise pour l’amélioration du chien de bouvier de la province de Liège et des Ardennes” opgericht onder  de leiding van de heer J. Loesberg uit Luik.  Deze maatschappij stelt een ontwerptekst  van een standaard op.  De definitieve tekst wordt na de oorlog  in 1923 goedgekeurd.  Vanaf dan en gedurende een tiental jaren verschijnt de Ardense Bouvier weer in tentoonstelling. Er waren enkele inschrijvingen in de studboek van de Koninklijke Maatschappij Sint-Hubertus (LOSH). Er schijnt maar één fokker geweest te zijn, een zekere Heer L. Colson uit Herstal bij Luik.

J.-P. Panèsi, Antwerpse africhter, schreef in 1923 het volgende interessante passage :

“De Ardenneesche hond heeft op den Vlaanderschen eene hoedanigheid; hem worden noch ooren noch staart afgesneden, de hond blijft gansh, men maakt van hem niet een artificieel iets. De drijver behoort tot een oud ras van uiterst wel begaafde honden : moedig, getrouw, werkzaam, verstandig, enz. als alle koedrijvers en onze liefhebbers hebben ongelijk zich zoo weinig om hem te bekommeren. Want nauwlijks komt er nog een, ja soms wel twee exemplaren, van het ras nog op onze tentoonstellingen. 
Dat Belgen zich niet meer bekommeren om een nationaal ras, is niet te begrijpen. En zeggen, dat zoovele liefhebbers alles doen en opofferen om een vreemd ras op den eersten rang te brengen. Of is men van meening dat de vreemde rassen, in België, beter groeien en bloeien dan onze eigene rassen ? Laat elke ras in zijn streek, en daar zal ’t ook best wezen; Belgen, neemt dan Belgische rassen, en dat wat vreemd is ook zeldzamer weze.”

Het tijdschrift "Chasse et Pêche" van 21 november 1926 publiceert de foto van “Vision” (LOSH 17078), een teef die toebehoorde aan Luitenant Binon die in Oude God dichtbij Antwerpen woonde. Zij verkreeg de titel van Kampioen 1923 nadat ze de nodige punten behaald had zowel op de tentoonstellingen van Gent en Antwerpen als op de belangrijke speurwedstrijd die plaats had in Esneux bij Luik.

" Champion Vision was een typisch vertegenwoordig der  “Bouviers des Ardennes”  schreef Louis Huyghebaert in 1927. Ziehier zijn mening :  “De Ardeensche Bouvier zou ook de “Kleine Bouvier” kunnen genaamd worden. Hij vormt om zoo te zeggen een overgangstype tusschen de ietswat langgestrekte schepershond en den zwaren ineengedrongen bouvier. Hetgeen de “Bouvier des Ardennes” verder nog van de andere bouvier onderscheidt zijn de natuurlijk recht gedragen en dus ongecoupeerde oren. Dit laatste kenmerk plaats nochtans deze honden zoo dicht bij de ruwharige schepers, dat de vraag zich opdringt of men niet al te rap te werk ging toen men officieel de “Bouvier des Ardennes” als een a part ras herkende.

Tom  Rom (Loesberg -1913)  Champion "Vision"

Na de tweede oorlog was de toestand van de hond alarmerend. Niettegenstaande dat de gegevens over dit ras tamelijk zeldzaam zijn, ziehier een uittreksel vol lof gevonden in het maanblad “De Hond” van maart 1948 :

Zij zijn zeer zeldzaam en ‘t is een uitzondering wanneer men een specimen op de tentoonstellingen aantreft. Nochtans is hij nogal verspreid en gekend in onze Belgische Ardennen. Het is zelfs spijtig dat er aldaar niet een paar serieuse kwekers gevonden worden om dit ras beter te doen kennen, waarvan de type kan geplaatst worden tussen deze van de ruwharige herder en de Bouvier. De Bouvier der Ardennen is, zoals de Vlaanderse, een rustieke hond, gewoon aan het leven in open lucht en aan de zware taak van het waken en het drijven van vee. Voor een vreemdeling ziet hij er bars, ruw en niet gemakkelijk uit, in één woord : een hond met buitengewoon goed karakter, alhoewel hij voor zijn meester zeer liefderijk en zeer onderdanig is. De slimheid die in zijn ogen te lezen staat zoals bij de Vlaanderse Bouvier, is een bewijs van getrouwheid, steeds tot verdediging bereid.”

Tot een twintigtal jaren geleden leek de Ardense koehond zo goed als uitgestorven. Hij was al tientallen jaren op geen enkele tentoonstelling nog te zien en nergens werd dit ras op een georganiseerde manier gefokt. Tot de Heer Jean-Claude Michiels die bij de “Centre d’Economie rurale” in Marloie werkte, rond 1985, wanneer hij colostrum bij de kudden melkvee ging ophalen, enkele overlevende, min of meer typische Ardense Koehonden, ontdekte. Rond 1990 leggen zich verschillende fokkers toe op het voortbrengen van honden die beter beantwoorden aan het in de standaard beschreven type.

In de streek van Antwerpen zijn enkele veedrijvers en herders, die opgetogen waren over de prestaties van deze honden, Ardense Bouviers uit de jaren ’20 en ‘30 overgebrachte stam blijven fokken. Pas in 1996 werd deze foklijn herontdekt.

Sinds 1997 worden honden terug ingeschreven in de registers van de Koninklijke Maatschappij Sint Hubertus (L.O.S.H. & A.L.S.H.). De meeste zijn afkomstig van de kennel "du Maugré" van de Heer Yves Dambrain uit Piéton. Zijn lange ervaring van fokker van Mechelse schepers is zeker een ernstige troef voor de wederopbouw van dit ras. Hij is vice-voorzitter van de “Club van de Bouvier des Flandres et des Ardennes” (www.lebouvier.be ).

 

Geboorte Jaar

Fokkers

Aantal nesten

Aantal puppies

1996 Dambrain Philippe   1 1
1997 Dambrain Yves (du Maugré)   2 8
1998 Dambrain Yves (du Maugré)   2 12
1999 Dambrain Philippe  
Dambrain Yves (du Maugré)  
Renaud Rectem
2
2
1
14
4
1
2000

Dambrain Yves (du Maugré) Cloostermans France (de Chrisnaud)

2
2
5
12
2001

Perin-Poncelet J.P. (du Blofagnu) Dambrain Yves (du Maugré)  

1
1
4
3
2002

Dambrain Yves (du Maugré) Perin-Poncelet J.P. (du Blofagnu)  

2
1
14
4
2003

Dambrain Yves (du Maugré) Cloostermans France (de Chrisnaud)  

2
1
6
1
2004

De Bo J. (de La Caluyere) Walrant Philippe (de Siricade)  

1
1
7
5


GEDRAG en  KARAKTER

De Ardense Bouvier geeft blijk van veel uithoudingsvermogen en energie. Hij is opgeruimd, nieuwsgierig, lenig en sociabel. Zijn voornaamste eigenschap is zijn aanpassingsvermogen, zodat hij zich onder alle omstandigheden op zijn gemak voelt. Hij is hardnekkig en uiterst moedig bij het verdedigen van zijn gezin, zijn bezit en zijn territorium. Heden nog is de Ardense Bouvier, in een minimum van formaat voor een maximum van efficiëntie, een diensthond in het algemeen en vooral een bewaker van de kudden en van huis en erf. Hoewel sommigen hem mooi vinden, heeft deze hond jammer genoeg geen uiterlijk om echt populair te worden.  Het is nochtans een sterke boerenhond die onder alle weersomstandig- heden zijn taak verricht.


Vanbutsele Jean-Marie

Brakel, Juli 2006

Bibliografie

Chasse et Pêche – (1882-1970)
Cultura – 1923 & 1927
De Hond -  Maart 1948
Woef – Augustus 1994
Le sillon belge – 5 avril 2002

 

 

Sitemap
Translate
Before you exit